DE TWEE LEVENS VAN HOUT 2017

Hout & Inspiratie in het Von Gimborn Arboretum te Doorn

Hout is dood.
Hout (secundair xyleem) is niets anders dan een min of meer compacte massa dood plantaardig weefsel. Dat klinkt wat onromantisch, maar er is gelukkig heel wat aan hout te beleven.
Hout wordt door planten opgebouwd uit de organische stoffen cellulose en lignine, beiden voorhanden in de wand van levende plantencellen. Cellulose en lignine staan nummer 1 en 2 op de lijst van de meest op aarde voorkomende organische stoffen. Zij vormen dus een buitengewoon belangrijk aandeel in wat wij biomassa noemen.
De manier waarop lignine en cellulose met elkaar verbonden worden in de periode dat hout wordt gevormd door een boom of struik, bepaalt de stevigheid ervan.

Hoe wordt hout gevormd?
Houtvorming vindt plaats in een ragdun cellaagje dat bij bomen en struiken vaak dicht onder de bast ligt (tenzij de bast om bijzondere redenen erg dik is, zoals de bast van de Kurkeik). Dat cellaagje, dat een holle cilinder vormt in de stam/tak, heet cambium.
Het cambium kan bastweefsel (schors) vormen (naar de buitenkant van de stam) of houtweefsel (naar de binnenkant van de stam).




Het eerste leven van hout





Hierdoor wordt een tak of boomstam dus ook steeds dikker, vooral door de houtvorming naar de binnenkant. Het oudste hout van een boom zit daarom middenin de stam en het jongste hout net onder de schors.

Jaar- en seizoenringen
In landen waar seizoenen elkaar afwisselen, is houtvorming daaraan aangepast. In bijv. koudere perioden wordt er minder en dichter hout gevormd dan in warmere perioden. In onze eigen regio wordt het hout vooral in het voorjaar meer open en in het najaar dichter.
Dat verschil in houtstructuur herken je op dwars doorgezaagd hout als jaarringen. In klimaatregio's met regelmatige jaarlijkse seizoenen (nat-droog of warm-koud) kun je dus door het tellen van de jaarringen de leeftijd van de doorgezaagde stam bepalen.

Transport door hout
Nadat het nieuwe hout zijn uiteindelijke structuur heeft aangenomen (er zitten verschillende soorten houtcellen in), sterven de cellen en verharden definitief. Belangrijk hierbij is dat bij de meeste loofbomen (bladbomen) sommige cellen hol blijven en zich vertikaal met elkaar verbinden tot zeer lange transportbuizen. De celwanden tussen de uiteinden verdwijnen geheel of gedeeltelijk.
Deze z.g. houtvaten, zorgen ervoor dat water met daarin opgelost voedsel van de wortels naar de bovenste blaadjes van een boom kan worden vervoerd.

Bij naaldbonen wordt deze transportfunctie vooral uitgevoerd door vaatcellen (tracheiden), die in verticale banen liggen, maar die niet echt met elkaar zijn verbonden. Zij geven het vocht van cel naar cel door. Een belangrijk houtverschil dus tussen loof- en naaldbomen!

Stoffen die de plant/boom zelf in de blaadjes maakt met behulp van de energie van het zonlicht, worden door vergelijkbare vaten in de schors naar beneden vervoerd en naar andere delen van de plant.

Tweede leven

info@gimbornarboretum.nl

Delen